Zoek binnen de website

Woordenlijst

ABS (Asset Backed Securities)

Asset-Backed Security (ABS) is een obligatie die assets als onderpand heeft. De assets (bezittingen) die kunnen voorkomen in de portefeuille van een ABS zijn zeer divers. Voorbeelden hiervan zijn hypothecaire leningen (zowel zakelijk als particulier), credit card leningen, autofinancieringen en obligaties. Deze assets worden in portefeuilles met sterk voorspelbare kasstromen gecombineerd, zodat er in deze portefeuilles kan worden belegd. In het Engels heet dit 'securitisation'.

Actief beheerde beleggingsfondsen

Beleggingsfondsen die door een fondsmanager worden beheerd. De fondsmanager probeert een beter rendement te halen dan een benchmark index.

AEX Bruto Totaal Rendement Index®

De AEX index inclusief de bruto herbelegde dividenden.

AEX-index®

De Amsterdam Exchange Index (AEX) geeft een gewogen gemiddelde weer van de aandelenkoersen van de grootste aandelen die zijn genoteerd op de Amsterdamse effectenbeurs en is daarmee een belangrijke graadmeter. De Amsterdamse effectenbeurs is onderdeel van NYSE Euronext.

Afdekken

Ook wel 'Hedge'. Een transactie om het prijs- of koersrisico op een uitstaande transactie te verlagen of volledig in te dekken.

Alpha

Alpha is een rekenkundige term in de financiële wereld die wordt gebruikt om de prestatie van een onderliggende waarde (zoals een beleggingsfonds) te relateren aan een bijbehorende benchmark. Een onderliggende waarde met een Alpha van 2.0 presteert 2% beter ten opzichte van de benchmark.

American-style optie

De houder van een optie American-style heeft het recht om op elk moment gedurende de looptijd, inclusief de expiratie datum zijn optie uit te oefenen.

Amortisatie

- De regelmatige aflossing van een schuld over een bepaalde tijd. 
- Ook wel 'afschrijving'. De waarde van bezitting neemt af naarmate de tijd vordert doordat delen worden terugbetaald voor de einddatum.

Arbitrage

Een handelsstrategie waarbij door het tegelijkertijd kopen en verkopen van financiële waarden op verschillende markten gebruik wordt gemaakt van prijsverschillen met als doel om winst te maken.

Asian tail

De eindwaarde van een beleggingsproduct wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde van een aantal koerswaarden op vooraf bepaalde data. De peildata liggen meestal over het laatste deel van de looptijd van een beleggingsproduct. 

Ask

Ook wel 'laatkoers'. De koers waartegen een tegenpartij bereid is om effecten te verkopen.

Asset backed obligatie

Een asset backed obligatie is een obligatie met onderpand. Dat onderpand kan bestaan uit bedrijfsobligaties, credit card betalingen, andere leningen of hypotheken. De performance is afhankelijk van de hoeveelheid wanbetalingen in de onderliggende portefeuille. Zie ook 'uitleg per producttype'.

At-the-money

At-the-money betekent dat een call/put optie een uitoefenprijs (‘strike’) heeft die gelijk is aan de huidige marktprijs van de onderliggende waarde

Auction

Ook wel 'veiling'. Een methode voor de uitgifte van obligaties. Investeerders geven aan hoeveel obligaties zij willen kopen en tegen welke prijs. De obligaties worden uitgegeven aan de hoogste bieder.

Autoriteit Financiele Markten

Ook wel 'AFM'. De gedragstoezichthouder op de Nederlandse financiële markten. De AFM houdt toezicht op het adequaat functioneren van de financiële markten en op het gedrag van partijen die actief zijn op het gebied van sparen, beleggen, verzekeren en lenen. Het verstrekken van juiste informatie en het correct handelen van alle deelnemers bij het aanbieden en afnemen van financiële producten en diensten zijn daarbij de belangrijkste criteria. De AFM is een zelfstandig bestuursorgaan dat valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën.

Backwardation

Wordt op de grondstoffenmarkt gebruikt om aan te geven dat de spotprijzen hoger zijn dan de prijzen die afgegeven worden voor leveringen in de toekomst.

Baissier

Ook wel 'bear'. Iemand die een prijsdaling verwacht. Een ‘bear market’ verwijst naar een neergaande markt.

Barbelling

Het kopen van obligaties met korte en lange looptijden om daarmee dezelfde looptijd te verkrijgen als bij een obligatie met een middellange looptijd.

Barrier optie

Barrier opties zijn opties welke afhankelijk zijn van een bepaalde prijs of niveau voordat de optie in werking treedt. Barrier opties staan ook bekend als ‘knock-out’, ‘knock-in’ of ‘trigger’ opties.

Basis punt

Eenheid waarmee renteverschillen worden aangegeven. 1% is 100 basis punten. Een honderdste procentpunt (0.01%) is 1 basis punt.

Basis risico

De kans op verandering in de basis tijdens de looptijd van een hedgecontract, waardoor de partij die het hedgecontract aangaat een winst of verlies realiseert.

Bear

Ook wel 'baissier'. Iemand die een prijsdaling verwacht. Een ‘bear market’ verwijst naar een neergaande markt.

Bearer Stock

Ook wel 'effecten aan toonder'. Effecten waarbij het fysieke bezit van de waardepapieren als bewijs van eigendom dient.

Benchmark index

Een index die als vergelijking wordt gebruikt.

Beschermingsniveau

Het niveau waarbij de hoofdsom intact blijft bij een beleggingsproduct. Indien het beschermingsniveau gedurende de looptijd doorbroken wordt door de onderliggende waarde, dan zal de hoofdsomgarantie vervallen.

Best-of structuur

Een structuur die de prestatie van meerdere onderliggende waardes volgt maar het resultaat van de best presterende onderliggende waarde uitbetaald op de expiratie datum.

Bid

Ook wel 'Bied koers'. De koers waartegen een tegenpartij bereid is om effecten (terug) te kopen.

Bid Ask Spread

Ook wel 'bied/laat marge'. Het verschil tussen de bied- en laatkoers. Deze marge is afhankelijk van de liquiditeit van de lening en de marktomstandigheden.

BIS-ratio

De BIS-ratio geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen van een bank en de naar risico gewogen activa. Dit geeft een indicatie van hoe gezond een bank is, ofwel hoe goed of hoe slecht haar solvabiliteit is. De Bank voor Internationale Betalingen (Bank for International Settlements) stelt minimale eisen aan de hoogte van de BIS-ratio.

Blue Chips

Een toonaangevende onderneming met een goede kredietwaardigheid en een gerespecteerd management. In de AEX zitten traditioneel veel “blue chips”.

Boekwaarde

De waarde van een lening zoals weergegeven op de balans van een onderneming.

Book building

Een methode voor de emissie van obligaties of aandelen, waarbij een banksyndicaat contact opneemt met beleggers om hun toezegging te krijgen tot aankoop van een deel van de emissie tegen een bepaalde prijs.

Broker

Een commissionair of makelaar die als tussenpersoon fungeert bij de handel in effecten.

Brokerage

De commissie (kosten of fee) die verschuldigd is bij effectentransacties.

Bruto rendement

Het rendement wat is behaald zonder dat daarbij rekening is gehouden met kosten (die bijvoorbeeld gemaakt moeten worden om een financieel product te verkopen, zoals transactiekosten).

BTAN

Franse staatsobligatie met een middellange looptijd.

Buffer

Ook wel 'overreserve'. Door de buffer is de belegger in bijvoorbeeld asset backed securities beschermd tegen het eerste x-aantal credit events die in de portefeuille optreden. Hoe groter deze buffer, hoe hoger de rating omdat de kans toeneemt dat de obligatie wordt afgelost tegen de nominale waarde en de rente kan betalen.

Bull

Ook wel 'haussier'. Iemand die een prijsstijging verwacht.

Bulldog Bond

Ook wel 'bulldog-obligatie'. Een obligatie die is uitgegeven in ponden op de eurokapitaalmarkt in Londen door een niet-Britse onderneming.

Bullet

Ook wel 'Bullet-lening'. Een lening of obligatie die aan het eind van de looptijd in één keer wordt afgelost.

Bund

Bundesobligation, een langlopende Duitse staatslening.

Cable

Ook wel 'kabelkoers'. Koersverhouding tussen het Britse pond en de Amerikaanse dollar.

CAC40

De beursindex op de beurs van Parijs. Verwijst naar de afkorting van de Compagnie des Agents de Change, de vereniging van Franse effectencommissionairs.

Call optie

Een verhandelbaar recht om een bepaalde onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel) gedurende een bepaalde periode, tegen een vooraf afgesproken prijs te kopen.

Callable Bond

Ook wel 'opeisbare of vervroegd aflosbare obligatie'. Een obligatie waarbij geheel of gedeeltelijk mag worden afgelost voordat de officiële afloopdatum is bereikt. De uitgever kan daarbij uitsluitend overgaan tot aflossing op vaste data en tegen een vaste prijs.

Cap

Als er sprake is van een ingebouwde cap in een product, dan is de uw rendement gelimiteerd tot een vooraf vastgesteld percentage. Stijgt de onderliggende waarde boven dit percentage uit, dan profiteert u niet meer mee.

Capex

De kosten voor het aanschaffen van kapitaalgoederen (Capital Expenditures).

Cash Market

Ook wel 'contante markt'. Onderdeel van de valutamarkt waarbij levering en afwikkeling van de betrokken effecten direct plaatsvindt.

Cash Settlement

Ook wel 'contante afrekening'. Afwikkeling (betaling) op de eerste werkdag na de transactie.

CDO

Collateralised debt obligation. Een generieke benoeming voor beleggingsproducten met als onderliggende waarde veelal bedrijfsobligaties.

CDS spread (kredietopslag)

De spread is de jaarlijkse vergoeding die de koper moet betalen gedurende de looptijd van het kredietderivaat om zich te verzekeren tegen een wanbetaling van de rechtspersoon wat het schuldpapier heeft uitgegeven waarvoor met zich verzekeren wil. De spread wordt weergegeven als een percentage van het nominaal “verzekerde” bedrag en is de vergoeding die ontvangen wordt (bij verkoop van de CDS) danwel betaald wordt (bij koop van de CDS) boven de risicovrije rente (de “swaprente”).

CECE Index

De CECE Index bestaat uit de grootste bedrijven die genoteerd zijn aan de lokale aandelenbeurzen van Hongarije, Polen en Tsjechië. Wiener Börse AG berekent en publiceert de CECE Index. De CECE Index wordt berekend in Euro.

Certificate of Deposit

Een waardepapier dat aangeeft dat een bedrag bij een bank is gestort, dat op de vervaldatum wordt teruggestort. Het waardepapier kan worden verhandeld op de secundaire geldmarkt.

Chapter 11 procedure

Insolventieprocedure in de VS vergelijkbaar met surseance van betaling. De Amerikaanse rechtbank blokkeert bij deze procedure voor bepaalde tijd de schuldvorderingen, waarmee de onderneming tijd krijgt om een reorganisatie door te voeren en een noodfinanciering kan zoeken.

Cheapest To Deliver

De goedkoopste obligatie die de verkoper van een futurescontract kan leveren op de vervaldatum van het futurescontract.

Clean Price

De waarde van een obligatie zonder de bijbehorende rente. De rente wordt afzonderlijk gespecificeerd.

Cliquet structuur

Een cliquet structuur zal gedurende een aantal vooraf vastgestelde periodes tijdens de looptijd de startwaarde(s) aanpassen naar de huidige waarde, waardoor het mogelijk wordt om behaalde winsten veilig te stellen.

CMBS

Zie MBS.

Collateralised debt obligation (CDO)

Ook wel 'CDO'. Een generieke benoeming voor beleggingsproducten met als onderliggende waarde veelal bedrijfsobligaties.

Commercial Paper

Ook wel 'handelspapier of bedrijfsdeposito'. Verhandelbare schuldbekentenis die is uitgegeven door een bedrijf met een korte looptijd.

Conservatorship

Een juridisch concept in de VS waarbij een onderneming onder toezicht wordt geplaatst van een overheidsinstantie of een 3e partij, genaamd de “conservator”. Dit concept ligt dicht in de buurt van nationalisatie, echter de controle die een conservator kan uitoefenen is minder strikt dan bij volledige nationalisatie.

Constant proportion portfolio insurance

Kortweg 'CPPI'. Een techniek die wordt toegepast in beleggingsproducten wanneer er geen opties op de onderliggende waarde(s) voorhanden zijn. Met deze techniek is het mogelijk om exposure te hebben op de onderliggende waarde, terwijl tegelijkertijd een (gedeeltelijke) hoofdsomgarantie kan worden ingebouwd. Op vooraf vastgestelde momenten wordt er een herbalancering uitgevoerd tussen de risicovolle onderdelen (zoals aandelen) en veilige onderdelen (zoals obligaties) volgens een kwantitatief model. De participatiegraad op de onderliggende waarde(s) wordt bepaald door vast te stellen welk gedeelte van de inleg gealloceerd moet zijn naar de veilige onderdelen om zelfs ten tijde van beurscrash te kunnen voldoen aan de (gedeeltelijke) hoofdsomgarantie. Over het algemeen kan worden gesteld dat ten tijde van een stijgende onderliggende waarde de participatiegraad wordt vergroot en ten tijde van een dalende onderliggende waarde de participatiegraad wordt verkleind.

Contango

Situatie op de goederen- en grondstoffentermijnmarkten waarbij de prijzen van termijncontracten hoger zijn dan spotprijzen. De markt is dan ‘in contango’. Dit kan onder andere te maken hebben met de hoogte van de huidige transport- en opslagkosten of een marktverwachting dat er meer schaarste zal komen. Dat kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld misoogsten of andere verstorende invloeden en uit zich in hogere prijzen op termijn.

Contante afrekening

Ook wel 'Cash Settlement'. Afwikkeling (betaling) op de eerste werkdag na de transactie.

Converteerbare obligatie

Obligatie die de houder het recht geeft, maar niet de plicht, om het schuldbewijs om te wisselen tegen een ander effect op een vastgesteld moment.

Convertible

Een obligatie die wordt uitgegeven door een onderneming en die door de houder ingewisseld kan worden voor aandelen van de onderneming, volgens een vooraf vastgestelde ratio of die korting biedt op de aandelenkoers. Omdat een convertible bond een call optie bevat op de aandelen van de onderneming, zal de coupon lager zijn dan die van traditionele obligaties.

Convexiteit

De verandering van de koers van een obligatie als gevolg van een basis punt verandering is niet bij elke rentestand gelijk. Dit verschil heet convexiteit. Ook wel de niet-lineaire relatie tussen prijs en rendement van een obligatie.

Correlatie

Geeft de mate van samenhang tussen bijvoorbeeld twee verschillende beursfondsen aan. Er is sprake van correlatie wanneer beide beursfondsen stijgen door dezelfde onderliggende oorzaak. Een voorbeeld is het faillissement van Lehman Brothers, dat alle banken wereldwijd in problemen bracht doordat er in het financiële systeem een grote mate van samenhang bestaat door de grote hoeveelheid uitstaande onderlinge transacties.

Coupon factor

Geeft aan welk gedeelte van de vastgestelde rente zal worden uitbetaald als er zich verder geen credit events meer voor doen.

CPPI constructie

Zie 'Constant proportion portfolio insurance'.

Credit Default Swap (kredietderivaat)

Een overeenkomst tussen twee partijen waarbij de koper het kredietrisico op een derde partij overdraagt aan de verkoper van de Credit Default Swap (CDS). Dit kan gezien worden als een vorm van bescherming van een (portefeuille van) obligaties; men koopt of verkoopt bescherming tegen credit events tegen betaling respectievelijk ontvangst van een periodieke vergoeding. Stel: een marktpartij heeft een bedrijfsobligatie in portefeuille en wil af van het kredietrisico zonder de obligaties te verkopen. Dit risico kan dan via een ‘credit default swap’ aan een derde partij,  worden verkocht, die tegen ontvangst van een bepaalde periodieke vergoeding bereid is dit risico op zich te nemen. Er wordt wel gezegd dat de betreffende marktpartij bescherming koopt en de wederpartij bescherming verkoopt. Als zich een credit event van de onderliggende waarde (de uitgever van de bedrijfsobligatie) voordoet, moet de verkoper het verschil betalen tussen de nominale waarde en de restwaarde van de bedrijfsobligatie (zie ‘restwaarde’).

Credit event

Een gebeurtenis (faillissementen, betalingsmoeilijkheden of herstructurering) bij een onderneming die onderdeel uitmaakt van de onderliggende waarde van een CDO waardoor de positie van de obligatiehouder geschaad wordt. 

Credit event notice (mededeling Credit Event)

Officieel openbaar gemaakte mededeling waarin de koper van bescherming bij een kredietderivaat (CDS) bekend maakt dat er een credit event heeft plaats gevonden en tot invordering van de geleden verliezen zal worden overgegaan.

Credit spread

Ook wel 'kredietopslag'. Renteverschil tussen twee obligaties en een optiestrategie waarbij een optie wordt gekocht en een andere verkocht, en de ontvangen premie op de gekochte optie hoger is dan de premie die betaald moet worden voor de gekochte optie.

Cumulatief

het recht dat in geval het bedrijf niet in staat is om 1 of meerdere jaren rente uit te keren, het recht op uitkering van de gemiste rente blijft bestaan. Veelal wordt het bedrag verhoogd met rente over de gemiste rente. De verplichting om de gemiste rente te betalen ontstaat vaak zodra op de meer risicovolle beleggingsklassen (zoals bijvoorbeeld de aandelen van een bedrijf) ook weer dividend kan worden betaald.


Indien een obligatie niet cumulatief is, is de verplichting om gemiste rentebetalingen alsnog te doen niet dwingend beschreven of volledig afwezig.

Dax

De aandelenindex van de beurs van Frankfurt.

Debenture

Obligatie met een garantie gegeven door de uitgever zelf op basis van de reputatie of krediet waardigheid.

Deep Discount Bond

Een obligatie waarvan de uitgiftekoers ver beneden de nominale waarde is.

Default

Ook wel 'wanbetaling'. Het onvermogen van de uitgever van een obligatie om de verplichting tot uitbetaling van rente en/of terugbetaling van de hoofdsom na te komen.

Default (verzuim/wanbetaling)

Een onderneming die niet aan zijn, uit een lening voortvloeiende, betalingsverplichtingen voldoet is “in default”. Ook het niet voldoen aan een gestelde voorwaarde (convenanten) levert een default op.

Delta (obligatie)

Een cijfer dat aangeeft met hoeveel de waarde van een obligatie verandert bij een verandering in het rendement met een basis punt.

Delta (optie)

De delta van een optie geeft aan hoe sterk de waarde van een optie zal reageren op prijsveranderingen van de onderliggende waarde (zoals een aandeel of een index).

Derde generatie ETF’s

Zie: ETF’s op synthetische replicatiebasis met meerdere tegenpartijen.

Derivaat

Ook wel 'afgeleide'. Een beleggingsinstrument dat haar waarde ontleent aan de waarde van een ander goed. Het andere goed wordt de onderliggende waarde genoemd. De onderliggende waarde kan bestaan uit aandelen, obligaties, grondstoffen maar ook rentestanden en inflatie. De voornaamste soorten derivaten zijn opties, futures, swaps en forwards. Voor de constructie van de beleggingsproducten op deze site worden derivaten gebruikt.

Dirty Price

De prijs die verschuldigd is bij de koop van een obligatie. Is gelijk aan de clean price plus de opgebouwde rente. De rente wordt dus niet afzonderlijk gespecificeerd. Op de dag dat de obligatie “ex-coupon” gaat wordt de waarde (lees ook koers) verlaagd met de waarde van de coupon. Een voorbeeld: een obligatie noteert 104% (vlak voor de ex-coupondatum) en de rentebetaling wordt 4%. Op de dag dat de rentebetaling uit de koers loopt zou de waarde dan moeten dalen naar 100%. In het algemeen ligt de ex-coupondatum drie bancaire werkdagen voor de coupondatum.

Diversificatie

Ook wel 'spreiding'. Methode voor het verlagen van risico door het spreiden van beleggingen over diverse beleggingscategorieën en geografische gebieden.

DJIA

Dow Jones Industrial Average, de aandelenindex in New York waarin dertig toonaangevende Amerikaanse industriële bedrijven, 'blue chips', zijn opgenomen.

Domicile

Ook wel 'domicile'. Het land waaronder een persoon of juridische entiteit valt voor wat betreft het wettelijke systeem.

Dow Jones EURO STOXX 50® Index

De Dow Jones EURO STOXX 50® Index is een toonaangevende Europese Index waarin de 50 grootste bedrijven uit de Eurozone verzameld zijn.

Dow Jones EURO STOXX Sustainability Index®

De Dow Jones Sustainability Indices® zijn in 1999 geïntroduceerd om tegemoet te kunnen komen aan de toenemende vraag naar de mogelijkheid om te investeren in bedrijven met een leidende positie op het gebied van duurzaam ondernemen. In dit geval gaat het om bedrijven uit de Eurozone.

Duration

Cijfer dat aangeeft met hoeveel procent de waarde van een obligatie stijgt of daalt bij een daling of stijging van één procent van de rente. Hoe hoger de duration, des te groter de waardeverandering bij een rentewijziging.

Eerste generatie ETF’s

Zie: ETF’s op fysieke replicatiebasis.

Effecten aan toonder

Ook wel 'Bearer Stock'. Effecten waarbij het fysieke bezit van de waardepapieren als bewijs van eigendom dient.

Eindwaarde

Er is sprake van een eindwaarde als deze volgt uit een berekening en gedurende meerdere momenten tijdens de looptijd wordt vastgesteld. Dit, in tegenstelling tot een slotstand of slotkoers, waarbij sprake is van één meetmoment.

ETF Exchange (ETFX)

Een derde generatie ETF platform, waar Rabobank International deelnemer van is.

ETF’s op fysieke replicatiebasis

Eerste generatie ETF’s (Exchange Traded Fonds) waarbij het fonds feitelijk de aandelen uit de onderliggende index koopt en verkoopt in een poging de index zo goed mogelijk te repliceren. ETF’s op fysieke replicatiebasis hebben doorgaans een relatief hoog trackingverschil als gevolg van onder meer transactiekosten, belastingen en valutakoersen.

ETF’s op synthetische replicatiebasis met één tegenpartij

Tweede generatie ETF waarbij het trackingverschil werd beperkt door de index met derivaten (swaps) in plaats van individuele aandelen te repliceren. Het trackingverschil van een eerste generatie ETF is vervangen door een krediet- of tegenpartijrisico.

ETF’s op synthetische replicatiebasis met meerdere tegenpartijen

Derde generatie ETF’s waarbij swaps bij meerdere banken worden afgenomen. Deze ETF’s hebben daardoor een lager krediet- of tegenpartijrisico dan tweede generatie ETF’s.

ETFS Fund Management Company Ltd.

De fondsmanager van de door ETF Exchange, waar Rabobank International in deelneemt, aangeboden indextrackers. De fondsmanager is gevestigd in Ierland en treedt op als beheerder van de ETF’s.

Euribor

Afkorting van Euro Inter-banc Offered Rate. Euribor is het interbancaire rentetarief binnen de Economische en Monetaire Unie. Voor looptijden van 1 t/m 12 maanden wordt het tarief dagelijks vastgesteld.

Eurobond

Een obligatie die is uitgegeven door een niet overheid.

Euroclear

Organisatie in Brussel die de administratieve afhandeling (levering, betaling, enz.) van o.a. Eurobonds verzorgt.

Euronext

Europese aandelenbeurs die is ontstaan uit het samengaan van de beurzen van Parijs, Brussel en Amsterdam. Euronext is onderdeel van NYSE Euronext.

European-style optie

De houder van een optie European-style heeft het recht om zijn optie alleen uit te oefenen op de expiratiedatum.

Eurostat

Het statitische bureau van de Europese Unie. Eurostat heeft tot taak om de Europese Unie te voorzien van goede statistische informatie. Eurostat zet daarbij nationale indices om naar één Europese index. De meest gebruikte inflatie index in de financiele wereld die Eurostat publiceert is de HICPxT. Dit is de consumenten prijsindex voor de Europese Unie. Zie ook: http://epp.eurostat.ec.europa.eu

Eurostat EURzone HICP

Deze Inflatie-index is een representatieve index voor de inflatie in Europa (Eurozone) als geheel. De index wordt niet herzien in geval van wijzigingen achteraf op de door Eurostat gepubliceerde waarden. De index dekt meer dan 97% van de consumptie in de twaalf landen van de eurozone. Dit maakt de HICP de meest betrouwbare graadmeter voor de inflatieontwikkelingen in de Eurozone. De HICP ex tobacco (waarbij prijsveranderingen in tabak niet worden meegenomen) is de meest gebruikte index.

Ex Dividend

Waarde van een aandeel exclusief dividend.

Exchange Traded Funds (ETFs)

Exchange Traded Funds, ook wel (passieve) trackers of indexvolgers genoemd, zijn open-einde beleggingsfondsen die zo nauwkeurig mogelijk een index volgen. ETF’s maken het dus mogelijk voor een belegger om in een index te investeren, zonder alle onderliggende aandelen te hoeven kopen.

Fallen Angels

Een obligatie/bedrijf dat ooit investment grade was, maar nu sub investment grade is geworden of waarvan de verwachting is dat binnenkort te worden.

Federal Reserve

Amerikaanse centrale bank.

Financial Services Act 1986

Britse wet waarin de effectenhandel en de dienstverlening op beleggingsgebied is geregeld.

Financial Services Authority

De Britse instantie die verantwoordelijk is voor controle op de naleving van de Financial Services Act.

Firm Price

Een prijs waarop een belegger direct kan handelen.

Flat Yield

De couponrente van een obligatie gedeeld door de obligatieprijs, uitgedrukt als percentage.

Floater

Bijnaam voor variabel rentende obligaties. De coupon van een 'floater' is niet vast maar is afhankelijk van bijv. rentetarieven of andere variabelen. Veelal is er een koppeling naar 3-maands of 6-maands Euribor.

Floating Rate

Een rentepercentage dat gedurende de looptijd kan veranderen, al naar gelang de marktomstandigheden en voorwaarden. Producten met een 'floating rate' kunt u vinden onder (Variabel) rentende obligaties.

Forward Rate

Termijnkoers die vandaag wordt afgesproken voor een (valuta)transactie waarvan de afwikkeling plaatsvindt in de toekomst.

Forwards (rente)

De wiskundige berekening van losse delen van een rentecurve, bijvoorbeeld de tarieven van de 3-maands Euribor gedurende een langere looptijd.

FTSE

Financial Times Stock Exchange, de Londense aandelenmarkt. De FTSE 100 is de index voor de Britse aandelenmarkt.

FTSE Xinhua China 25 Index

De FTSE Xinhua China 25 Index is ontwikkeld om de ontwikkelingen op de Chinese markt, die toegankelijk is voor internationale investeerders, te vertegenwoordigen. Deze index bestaat uit de 25 meest liquide fondsen die verhandeld worden op de beurzen van Hongkong, Shanghai en Shenzhen en wordt vier keer per jaar opnieuw bekeken.

Future

Een future is een contract om een vooraf bepaalde omvang van een onderliggende waarde te kopen op een reeds vastgestelde datum tegen een reeds vastgestelde prijs. De overeenkomst is voor beide partijen bindend.

Gamma

De gamma van een optie geeft aan hoe sterk de delta van de optie zal reageren op prijsveranderingen van de onderliggende waarde (zoals een aandeel of een index).

Garantiewaarde

De garantiewaarde is het bedrag of percentage dat de uitgevende instelling u garandeerd aan het einde van de looptijd, ongeacht het verloop van de belegging. U ontvangt op de einddatum de gehele hoofdsom of een gedeelte hiervan (bijvoorbeeld 90% of 80%) terug, mits de uitvoerende instelling zelf in staat is om de terugbetaling te doen.

Gegarandeerde coupon

De coupon die gegarandeerd wordt uitbetaald gedurende de looptijd van een product, ongeacht het verloop van de belegging. De garantie geldt zolang de uitgevende instelling solvabel blijft.

Geldmarkt

Ook wel 'money market'. De markt waarop financiële instellingen geld voor de korte termijn (minder dan een jaar) kunnen lenen of uitlenen.

Gesloten-einde beleggingsfonds

Een fonds dat een vast bedrag aan kapitaal verzamelt door een initiële uitgifte van aandelen. Deze aandelen worden verhandeld als normale aandelen. Er worden geen nieuwe aandelen uitgegeven na de eerste uitgifte.

Gestructureerd product

Een gestructureerd beleggingsproduct is een product dat uit meerdere onderdelen is samengesteld. Zo kan bijvoorbeeld een obligatie worden samengevoegd met opties binnen één product. Hiermee kan het risico/rendementsprofiel worden veranderd. Deze producten kunnen daarom een goede aanvulling zijn op bestaande beleggingscategorieën.

Good for Day

Afkorting 'GD'. Ordersoort. De opdracht wordt in de loop van de dag uitgevoerd en wordt anders geannuleerd aan het eind van de dag.

Good Till Cancelled

Afkorting 'GTC'. Ordersoort. De opdracht blijft van kracht voor onbepaalde tijd, tot deze wordt uitgevoerd of door de opdrachtgever wordt geannuleerd.

Grijze handel

Ook wel 'grey market'. Handel in obligaties die nog niet officieel zijn uitgegeven en die nog geen beursnotering hebben.

Gross Redemption Yield

Ook bekend als Yield To Maturity. Het brutorendement op een obligatie, zijnde de som van de couponrente en de vermogenswinst op de obligatie per de vervaldatum.

Hang Seng China Enterprises Index

De Hang Seng China Enterprises Index bestaat uit Chinese bedrijven met een notering in Hong Kong. Ten minste 50% van de inkomsten van deze bedrijven zijn afkomstig van het Chinese vasteland. Alle aandelen uit deze index zijn tevens opgenomen in de top 200 van grootste bedrijven met een notering in Hong Kong.

Hang Seng Index

De Hang Seng Index bestaat uit de grootste bedrijven van Hong Kong.

Hedge

Ook wel 'afdekken'. Een transactie om het prijs- of koersrisico op een uitstaande transactie te verlagen.

Hedge fonds

Een beleggingsfonds dat gebruik maakt van een specifieke beleggingsstrategie (bijvoorbeeld long/short-strategie). Een beleggingsfonds, dat verschillende minder gangbare beleggingsstrategieen kan inzetten. Kenmerkend is dat zij minder gereguleerd zijn dan normale beleggingsfondsen en meestal open staan voor een beperkt aantal meestal zeer vermogende investeerders.

Hefboomwerking

Ook wel 'leverage' of 'gearing'. Hiervan is sprake wanneer een beleggingsproduct heftiger in koers beweegt dan de koers van het onderliggende product. Daardoor kunnen relatief grote winsten of verliezen worden gegenereerd.

Herinvesteringsbasis

De uitgekeerde dividenden worden herbelegd in het fonds of aandeel.

Herstructurering

De obligatie van een bedrijf in moeilijkheden wordt zodanig geherstructureerd dat hij substantieel minder waard wordt,de coupon en/of hoofdsom wordt bijvoorbeeld verlaagd ('restructuring').

HICPxT

Deze Inflatie-index is een representatieve index voor de inflatie in Europa (Eurozone) als geheel. De index wordt niet herzien in geval van wijzigingen achteraf op de door Eurostat gepubliceerde waarden. De index dekt meer dan 97% van de consumptie in de twaalf landen van de eurozone. Dit maakt de HICP de meest betrouwbare graadmeter voor de inflatieontwikkelingen in de Eurozone. De HICP ex tobacco (waarbij prijsveranderingen in tabak niet worden meegenomen) is de meest gebruikte index. Bekijk ook de website van Eurostat: http://epp.eurostat.ec.europa.eu

High-income product

Een gestructureerd beleggingsproduct dat een inkomen genereert dat boven de normale rentetarieven ligt. Vaak geldt dat hoe hoger het rentetarief is, hoe risicovoller het product.

Hoofdsom

De nominale waarde van een product.

Hoofdsomgarantie

Hoofdsomgarantie houdt in dat op de einddatum de gehele hoofdsom wordt terugbetaald, ongeacht het verloop van de belegging. De kwaliteit van de uitgevende instelling is relevant aangezien de garantie geldt zolang de uitgevende instelling solvabel is.

Hybride leningen

Dit is een tussenvorm van aandelen en obligaties. Hybride leningen bevatten kenmerken van beide soorten financiële instrumenten en mogen afhankelijk van regelgeving wel of niet tot het kernvermogen (Tier 1) gerekend worden.

ICMA

International Capital Market Association. Een beleggingsorganisatie met het specifieke doel om een markt te creëren voor internationale effecten waaronder Eurobonds.

Implied volatility

Ook wel 'impliciete beweeglijkheid'. De marktverwachting over de toekomstige beweeglijkheid van de onderliggende waarden van opties en andere derivaten. Als alle overige factoren gelijk zijn, dan zal een hogere implied volatility leiden tot hogere prijzen voor opties.

Indexvolgers

Zie: Exchange Traded Funds.

Inflatie obligatie

Obligatie waarbij de couponrente (en mogelijk de afkoopwaarde) gekoppeld is aan de consumentenprijsindex van een bepaald gebied.

Initial Public Offering

Afgekort als IPO. De eerste beursemissie van aandelen of obligaties door een bedrijf.

Inkomensproduct

Geeft aan dat het betreffende beleggingsproduct gedurende de looptijd periodiek een vergoeding uitkeert.

Interest Accrual

Ook wel 'opgelopen rente'. Obligatierente die door het verstrijken van de tijd is opgebouwd tussen twee rentevervaldata maar nog niet uitgekeerd.

Interest Rate Swaps

Ook wel 'renteruil of interbancaire rente'. Een ruiltransactie waarbij de ene partij voor een bepaalde periode de renteverplichting van de andere overneemt en omgekeerd. Meestal de ruil van een variabele rente (Euribor) tegen een vaste rente.

In-the-money

Een term voor een optie waarbij de beurskoers van het onderliggende waarde een dusdanig niveau heeft bereikt dat de optie bij uitoefening waardevol is. Deze waarde heet intrinsieke waarde.

Intradag Netto Vermogenswaarde (iNAV)

De waarde van een fonds, welke van minuut tot minuut wordt herberekend. Aandelen van een fonds zijn daarom net als gewone aandelen verhandelbaar gedurende de dag.

Investment grade

Investment grade schuld of waardepapier dat een rating heeft van BBB- (S&P en Fitch) of Baa3 (Moody’s) of hoger.

Investment Trust

Een vennootschap die aandelen uitgeeft om fondsen te werven die dan worden gebruikt als beleggingsvermogen.

ISDA

International Swaps and Derivatives Association (ISDA) is een overkoepelende organisatie waarin banken en professionele handelshuizen in Swaps en Derivaten zich hebben verenigd. De ISDA geeft richtlijnen en heeft een gestandaardiseerd contract dat gebruikt kan worden bij een onderhandse-transactie . Hiernaast bepaalt en publiceert de ISDA alle gegevens met betrekking tot credit events.

ITRAXX indices

Is een merknaam voor een mandje met kredietderivaten (CDS indexen). Belangrijkste voorwaarde om opgenomen te worden, is dat de CDS erg liquide moet zijn.De Itraxx Main bevat de 125 meest verhandelde investment grade bedrijfsnamen binnen Europa.

Junk bond

Ook wel 'Sub-investment grade of high yield bond'. Obligaties uitgegeven door kwalitatief minder goede bedrijven en hebben daarom een relatief hoge couponrente.

Knock-in

Producten met een knock-in feature zijn afhankelijk van een vooraf bepaalde prijs of niveau voordat een optie in werking treedt. Vaak is het zo dat de hoofdsom van een product beschermd is totdat de onderliggende waarde een bepaald niveau doorbreekt, dan vervalt de hoofdsomgarantie.

Knock-out

Producten met een knock-out feature beëindigen een optie indien de onderliggende waarde een bepaald niveau bereikt.

Kospi 200 Index

De Kospi 200 Index is een Zuid-Koreaanse index die is gebaseerd op marktkapitalisatie.

Krediet opslag

Ook wel 'credit spread'. Renteverschil tussen twee obligaties en een optiestrategie waarbij een optie wordt gekocht en een andere verkocht, en de ontvangen premie op de gekochte optie hoger is dan de premie die betaald moet worden voor de gekochte optie.

Kredietbeoordelaar

Ook wel 'Rating agency'. Een bedrijf dat kredietbeoordelingen afgeeft voor de emmitent van bepaald schuldpapier en het schuldpapier zelf. De drie meest bekende kredietbeoordelaars zijn Moody’s Investors Service (Moody’s), Standard & Poor’s (S&P), en Fitch Ratings (Fitch).

Kredietrisico

Het risico dat een verlies wordt geleden als een uitgevende instelling niet aan de verplichtingen kan voldoen.

Laatkoers

Ook wel 'ask offer'. De koers waartegen een markt partij bereid is om effecten te verkopen.

Ladder optie

Een optie die als onderliggende waarde vaak een aandeel of index kent. De uitbetaling van de optie loopt op naarmate de onderliggende waarde stijgt of daalt en vooraf bepaalde barriers doorbreekt. De behaalde winst wordt dan vastgeklikt.

Leverage

Ook wel 'hefboomwerking' en 'gearing'. Hiervan is sprake wanneer een product heftiger in koers beweegt dan de koers van het onderliggende waarde. Daardoor kunnen relatief grote winsten of verliezen worden gegenereerd.

LIBOR

De London inter-bank offered rate (LIBOR) is het korte termijn interbancaire rentetarief in Londen. Het tarief wordt dagelijks vastgesteld.

LIFFE

London International Financial Futures Exchange. De belangrijkste derivatenbeurs in Londen.

Limiet order

Ordersoort. Een order die moet worden uitgevoerd op een vaste, vooraf opgegeven koers (of betere koers) tijdens de handelsdag.

Limit

De maximale prijsmutatie (naar boven of beneden), bepaald aan de hand van de slotkoersen van de voorgaande dag, waarbij nog mag worden gehandeld.

Liquidity

Ook wel 'liquiditeit'. Het gemak waarmee effecten verhandeld kunnen worden op de beurs op basis van de hoeveelheid vraag en aanbod.

Long Position

Het aankopen van effecten, derivaten, valuta of goederen met de veronderstelling dat de waarde zal stijgen in de toekomst zodat de belegger de effecten, derivaten, valuta of goederen kan verkopen tegen een hogere prijs. De belegger betaalt hiervoor een vergoeding/premie aan de verkoper. Het tegenovergestelde van een long positie is een short positie.

Lookback optie

Een lookback optie biedt de mogelijkheid bij expiratie de optie uit te voeren tegen de meest gunstige prijs die door de onderliggende waarde is behaald gedurende de looptijd.

LSE

London Stock Exchange.

Managementkosten

De kosten die ten laste komen van de NAV (Net Asset Value) van een ETF worden procentueel als managementkosten, soms ook aangeduid als Total Expense Ratio (TER), weergegeven. Deze kosten zijn ondermeer structurerings-, fonds-, marketing- en administratiekosten. Veelal worden deze kosten als jaarlijks totaal aangegeven en op dagelijkse basis in mindering gebracht op het rendement.

Mandje

Een onderliggende waarde die bestaat uit meerdere aandelen, indices of bijvoorbeeld valuta, wordt samengevat in een mandje. De startwaarde van een mandje is vaak 100.

Margin

Het vereiste bedrag aan dekking, dat moet worden gedeponeerd bij het ongedekt schrijven van callopties en het schrijven van putopties.

Margin call

Verzoek van handelaar/beurs aan de investeerder om bij te storten. Dit verzoek komt wanneer het eerder gestorte bedrag beneden de margeverplichtingen dreigt te komen.

Market Maker

Professionele handelaar op de beurs die een markt onderhoudt in bepaalde effecten. Hij is verplicht doorlopende bied- en laatkoersen af te geven en tegen die prijzen te handelen. Op basis van vraag en aanbod neemt de market maker posities in. Hij verdient aan het verschil tussen de bied- en laatprijzen.

Marktrisico

Het risico dat wordt gelopen indien variabelen (bijvoorbeeld rentetarieven, valuta of grondstof prijzen) in de markt veranderen.

Maturity

De afloopdatum van een effect.

MBS

Mortgage-Backed Security (MBS) is een asset backed obligatie die hypotheken als onderpand heeft. Er zijn twee standaard type; RMBS (Residential Mortgage Backed Securities) bestaande uit consumentenhypotheken en CMBS (commercial Mortgage Backed Securities) bestaande uit zakelijke hypotheken uit de vastgoed sector.

Medium-term note (MTN)

Een medium-term note is een obligatie met een looptijd (bij uitgifte) tussen de 2 en de 20 jaar.

Minimum opdrachtgrootte

Ook wel 'Minimum Quote Size'. De kleinste hoeveelheid effecten waartoe opdracht tot koop of verkoop gegeven kan worden.

Modified Duration

Een cijfer dat aangeeft met hoeveel procent de waarde van een obligatie verandert bij een verandering van één procent van de rente.

Money Market

De markt waarop financiële instellingen geld voor de korte termijn (minder dan een jaar) kunnen lenen of uitlenen.

Monoliner

Kredietherverzekeraar die zich vaak op een enkele sector richt.

Moody’s

Een Amerikaanse kredietbeoordelaar die de kwaliteit van effecten en de uitgevende instelling daarvan beoordeelt en daar een rating aan geeft.

MSCI Singapore Cash Index

De MSCI Singapore Cash Index bestaat uit de grootste bedrijven van Singapore gebaseerd op vrij verhandelbare aandelen.

MSCI Taiwan Index

De MSCI Taiwan Index bestaat nu uit 104 aandelen die op de Taiwan Stock Exchange worden verhandeld.

MTN

Zie Medium-term note.

Neerwaarts risico

Het risico dat wordt gelopen als de onderliggende waarde daalt.

Net Redemption Yield

Het bruto rendement op een obligatie verminderd met de eventuele belasting daarover.

Netto Vermogenswaarde (NAV)

De waarde van een fonds. Deze bestaat uit de gecombineerde waarde van de componenten van het fonds, minus de kosten. Voor een ETF geldt dat de NAV zo goed mogelijk dezelfde bewegingen volgt van de onderliggende index.

Nikkei 225 Index

De Nikkei 225 Index is wereldwijd de meest bekende en gevolgde graadmeter voor de ontwikkeling van de Japanse aandelenbeurs. Deze index bestaat uit de 225 belangrijkste beursgenoteerde Japanse bedrijven.

Nominale waarde

1. De eenheid waarin het effect kan worden verhandeld.
2. De vooraf vastgestelde waarde van een effect. Deze waarde blijft gedurende de looptijd gelijk in tegenstelling tot de marktwaarde die fluctueert.

Notch

Het aantal stappen bij de migratie naar een andere ratingklasse. Bijvoorbeeld: van AA+ naar AA is 1 notch, van BBB naar BB is 2 notches, etcetera.

OAT

Langlopende Franse staatsobligatie.

Obligatie

Verhandelbaar bewijs van deelneming in een geldlening. Deze lening wordt bijvoorbeeld uitgegeven door een overheid of een onderneming. Een obligatie kan jaarlijks een vaste of variabele coupon uitkeren. Ook bestaan er zero-coupon obligaties die geen jaarlijkse coupon uitkeren maar richting het einde van de looptijd aangroeien tot 100%.

Offer Price

Ook wel 'laat prijs'. De prijs waartegen een markt partij bereid is om effecten te verkopen.

Onderliggende waarde

Aandelen, obligaties, termijncontracten, goederen, grondstoffen of andere waarden waarop een beleggingsproduct betrekking heeft. De onderliggende waarde kan worden gevormd door een aandeel, index, inflatie, fonds, grondstof of een mandje hiervan.

Open Outcry

Manier van handelen op de beurs waarbij de bied- en laatkoersen door handelaren luid en duidelijk worden geroepen.

Open-einde beleggingsfonds

Een beleggingsfonds waarbij al naar gelang de vraag nieuwe aandelen worden uitgegeven of teruggekocht. Een ETF is een voorbeeld van een open-einde beleggingsfonds.

Opening Order

Ordersoort: een order die alleen geldig is tijdens de opening van de beurs.

Opgelopen rente

De vergoeding die de koper van een obligatie betaalt aan de verkoper voor de rente die sinds de laatste rentevervaldag is aangegroeid. Omdat de koper de volledige coupon ontvangt op de volgende rentevervaldag, krjigt op deze manier de verkoper de rente die tijdens zijn bezitsperiode is opgelopen betaald van de koper.

Optie

Een contract waarbij de verkrijger het recht maar niet de plicht heeft om tegen een vooraf bepaalde prijs op een vooraf bepaalde datum een vastgestelde hoeveelheid van een onderliggende waarde te kopen of te verkopen. De verkrijger van de optie betaalt hiervoor een premie. De verkoper heeft de plicht indien de verkrijger hierom verzoekt de onderliggende waarde te kopen/verkopen. 

- Met European-style opties mag de optie alleen op de expiratiedatum uitgeoefend worden.

- Met een American-style optie kan dit op ieder moment gedurende de looptijd.

Order Driven System

Een handelssysteem waarbij iemand die effecten wil kopen of verkopen zijn order naar de beurs brengt, waar de koersvorming dan plaatsvindt op basis van de aanwezige aan- en verkooporders.

OTC

Zie Over-the-counter.

Out-of-the-money

Out-of-the-money betekent dat een call/put optie een uitoefenprijs (strike) heeft die hoger/lager is dan de marktprijs van de onderliggende waarde. Naarmate een optie verder out-of-the-money is, zal deze goedkoper zijn omdat de kans dat de optie nog in-the-money gaat noteren kleiner wordt. Wanneer een optie out-of-the-money expireerd, dan is deze waardeloos.

Over-the-counter (OTC)

Financiële producten die geen officiële beursnotering hebben worden over the counter verhandeld. De transactie vindt rechtstreeks plaats tussen twee tegenpartijen.

P/E Ratio

Ook wel 'K/W-verhouding'. Price Earnings Ratio of koers-winstverhouding. Een verhoudingsgetal dat aangeeft hoeveel maal de nettowinst in de beurskoers van het aandeel gaat.

Par

Ook wel '100%' of 'Nominale Waarde'. De vastgestelde waarde van een obligatie. Deze waarde blijft gedurende de looptijd gelijk in tegenstelling tot de marktwaarde die fluctueert.

Participatiegraad

De mate waarin u profiteert van een stijging van de onderliggende waarde. Dit kan 100% zijn maar ook meer of minder dan 100%. Bij een 'CPPI' is de participatiegraad variabel.

Passieve trackers

Zie: Exchange Traded Funds.

Peildata

De vooraf bepaalde datum of data waarop de slotstand van de onderliggende waarde wordt vastgesteld. In het geval van meerdere peildata zal het gemiddelde van de vastgestelde slotstanden vervolgens de eindwaarde vormen die wordt gebruikt voor het berekenen van het rendement.

Perpetuele obligaties (Tier 1)

Eeuwigdurende leningen waarop niet wordt afgelost en alleen rente wordt betaald. Deze leningen zijn bij een faillissement van de uitgevende instelling achtergesteld t.o.v. 'gewone' (senior) obligaties.

Physical Delivery

Ook wel 'fysieke levering'. Afwikkeling van een financiële transactie door daadwerkelijke levering van de onderliggende stukken of goederen. Dit komt met name voor bij bepaalde future contracten op grondstoffen zoals olie, aardgas of graan.

Plaatsing

Ook wel 'placing'. Een obligatie-emissie waarbij de manager de stukken rechtstreeks bij zijn eigen klanten plaatst.

Premium

Ook wel 'pari'. Het bedrag waarmee de afkoopwaarde van een obligatie hoger is dan de nominale waarde.

Prijs limiet

Ook wel 'Price Limit' De maximale koersverandering voor effecten die een beurs toestaat op een bepaalde dag.

Prijswaarde van basispunt

Ook wel 'basis point value' (BPV). De verandering in prijs van een obligatie bij verandering in het rendement van één basispunt.

Primary Market

Ook wel 'primaire markt'. De markt waar nieuwe effecten voor het eerst worden uitgegeven.

Put optie

Een verhandelbaar recht om gedurende een bepaalde tijd een bepaalde onderliggende waarde tegen een bepaalde prijs te mogen verkopen.

Putable

Als een product putable is betekent dat dat het product eerder kan worden afgelost op initiatief van de belegger.

Quanto optie

Indien een onderliggende waarde in een andere valuta dan het beleggingsproduct noteert, is er sprake van valutarisico. Met een quanto optie kan dit valutarisico worden afgedekt.

Quote driven

Handelsysteem waarbij professionele tussenpersonen zelf posities innemen en bied/laat prijzen afgeven teneinde vraag en aanbod op te vangen.

Range accrual optie

Een optie waarbij de uitbetaling gebaseerd is op het aantal dagen dat de onderliggende waarde beweegt binnen een vooraf bepaalde bandbreedte (range).

Range note

Een gestructureerd beleggingsproduct waarbij de couponuitbetaling gebaseerd is op het aantal dagen dat de onderliggende waarde binnen een vooraf vastgestelde range beweegt.

Rating

Beoordeling van de kredietwaardigheid. Bekijk de onderverdeling van de verschillende ratingklassen.

Rating agencies (kredietbeoordelaar)

Bedrijven die de kredietwaardigheid van emittenten (uitgevers) van obligaties beoordelen en daar een rating aan toe kennen; zie tevens Rating.

Ratingmigratie

De verplaatsing naar een andere ratingklasse door een verbetering (“upgrade”) of verslechtering (“downgrade”) van de rating. De kredietbeoordelaar kent hierbij een andere kredietbeoordeling (“rating”) toe. Een ratingwijziging kan met één of meer ratingklasse(s) (ook wel “notch(es)”) tegelijk gaan.

Registereffecten

Ook wel 'registered securities'. Effecten op naam. De namen van de eigenaars staan genoteerd in een centraal register.

Reinvestment risk

Ook wel 'herbeleggingsrisico'. Het risico dat opbrengsten niet kunnen worden herbelegd tegen hetzelfde rendement als van de aanvankelijke belegging.

Rendement

De opbrengst van een belegging uitgedrukt als percentage van de investering. Dit wordt op de einddatum (eventueel samen met de hoofdsom) uitbetaald.

Rente cap

Een rente cap is een optiecontract tussen twee partijen; de schrijver en de koper. De schrijver van de cap (die daarom een short positie heeft) staat gedurende een vooraf overeengekomen reeks van renteperiodes garant voor het vergoeden van de koper als de referentierente boven de afgesproken limiet stijgt. Voor deze garantie ontvangt de schrijver een optiepremie van de koper van de renteoptie. Hiermee wordt de schrijver van de renteoptie gecompenseerd voor het niet kunnen profiteren van een stijgende rente boven de referentierente.

Rente floor

Een rente floor is een optiecontract tussen twee partijen; de koper en de schrijver. De koper van de floor (die daarom een long positie heeft) krijgt gedurende een vooraf overeengekomen reeks van renteperiodes de garantie van een minimaal te ontvangen rente terwijl hij of zij blijft profiteren van een eventuele stijging van de referentierente. Voor deze garantie betaalt de belegger een optiepremie aan de schrijver van de renteoptie. Hiermee wordt de schrijver van de renteoptie gecompenseerd voor het garanderen van een minimum rente.

Renteconventie

Renteconventies bepalen de aangenomen lengte van maanden en jaren. Deze renteconventie wordt gebruikt om de te betalen en de opgelopen rente op financiële instrumenten te berekenen. De conventie kan verschillen per markt of obligatie. Voorbeelden zijn 30/360, act/360 en act/act.

Renteconventie (30/360)

De 30/360 renteconventie is het makkelijkste. Deze gewoonte neemt aan dat elke maand 30 dagen kent (ongeacht of het dus februari of december is), en er 360 dagen in een jaar zitten. Deze conventie wordt voornamelijk gebruikt voor obligaties, maar ook wel eens voor spaartegoeden.

Renteconventie (act/act)

De actual/actual renteconventie gaat uit van het werkelijke aantal dagen in een maand en in een jaar. Deze conventie wordt voornamelijk gebruikt voor obligaties. Een jaarcoupon berekend volgens de 30/360 of act/act methode geeft dezelfde couponbedragen per jaar, maar de opgelopen rente (in geval van tussentijdse verhandeling bijvoorbeeld) kan verschillen afhankelijk van de datum van verhandeling.

Renteruil

Een ruiltransactie waarbij de ene partij voor een bepaalde periode de renteverplichting van de andere overneemt en omgekeerd. Meestal de ruil van een variabele rente tegen een vaste rente.

Repo

Jargon voor repurchase agreement. Een overeenkomst om een obligatie te verkopen voor een bepaalde prijs, met een gelijktijdige overeenkomst om de obligatie op een latere datum terug te kopen tegen een vandaag vastgestelde prijs.

Restwaarde

De waarde van een bedrijfsobligatie die overblijft na de aankondiging dat het bedrijf een credit event heeft ondergaan.

Reverse convertible

Reverse convertibles zijn vergelijkbaar met convertible bonds. Het belangrijkste verschil is dat er geen call optie op de onderliggende waarde wordt gekocht, maar een put optie wordt verkocht. De jaarlijkse rentevergoeding valt hierdoor hoger uit, echter het risico bestaat dat een gedeelte van de hoofdsom verloren gaat.

RMBS

Zie MBS.

S&P

Standard and Poor's, een Amerikaans bedrijf dat de kwaliteit van uitgegeven effecten beoordeelt en daar een lettercode (rating) aan geeft.

S&P 500 Index

De S&P 500 Index is een toonaangevende Amerikaanse index waarin de 500 belangrijkste beursgenoteerde bedrijven van de VS opgenomen zijn.

S&P Australian 200 Index

De S&P Australian 200 Index wordt gezien als benchmark voor de Australische aandelenmarkt.

S&P CDS Accelerator model

Een computermodel dat helpt CDS'en te structureren en te evalueren.

Scale Order

Ordersoort: een order die het de belegger mogelijk maakt om stapsgewijs te handelen op de beurs door effecten in stappen te kopen of verkopen.

SEC

Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse toezichthouder op de effectenhandel.

Secundaire markt

Dit volgt op de primaire markt. In de secundaire markt worden effecten verhandeld tussen beleggers onderling (in tegenstelling tot de primaire markt, waar de transactie plaatsvindt tussen emittent en belegger).

Selective default (SD)

Type rating van S&P (zie ook ‘rating agencies’) die een bedrijf krijgt wanneer het bezig is met een herstructurering.

Short positie

Het verkopen van effecten, valuta of goederen die een belegger (nog) niet in zijn of haar bezit heeft, met de veronderstelling dat de waarde zal dalen zodat de belegger de effecten, valuta of goederen later tegen een lagere prijs kan terugkopen. Een belegger kan ook een short positie creëren door een (ongedekte) optie te schrijven (“verkopen”) waarvoor hij of zij een eenmalige vergoeding/premie ontvangt van de koper. Het tegenovergestelde van een short positie is een long positie.

Slotstand/slotkoers

De slotkoers of slotstand van een onderliggende waarde is de waarde die aan het einde van de looptijd wordt vastgesteld en wordt gebruikt voor het berekenen van het rendement. In tegenstelling tot een berekende eindwaarde, waarbij wordt gekeken naar het gemiddelde van een aantal slotstanden, is er hier sprake van slechts één peildatum.

Soft Commission

Een geoorloofde prikkel waarbij een garantie wordt afgegeven voor een bepaalde hoeveelheid orders als tegenprestatie voor voordelen zoals onderzoeksresultaten.

Speculant

Een belegger die hoge risico's neemt met als enige doel om snel winst te maken.

Spot

Prijs op de contante markt, waar transacties kort na de transactiedag worden afgewikkeld.

Spreiding

Ook wel 'diversificatie'. Methode voor het verlagen van risico door het spreiden van beleggingen over bijvoorbeeld diverse beleggingscategorieën, sectoren en geografische gebieden.

SROC

Van toepassing op krediet obligaties waaronder asset backed securities. Synthetic Rated Over Collateralisation (SROC): de indicator om de onderliggende portefeuille te beoordelen. De SROC geeft in een percentage aan hoeveel ruimte er is om de genoemde rating te handhaven. Een SROC van 106% in combinatie met een rating van AAA heeft nog 6% ruimte om de AAA rating te behouden.

Stabilisering

Proces waarbij de prijs van effecten wordt ondersteund nadat deze zijn uitgegeven op de primaire markt en verhandeld gaan worden op de secundaire markt.

Startkoers/ startwaarde

Het startniveau van de onderliggende waarde. Als de onderliggende waarde een mandje met meerdere aandelen of indices is, dan is de startwaarde van het mandje meestal 100.

Steepener

Het rendement van een steepener is afhankelijk van het verschil tussen korte (bijvoorbeeld 2-jaars IRS) en lange (bijvoorbeeld 10-jaars IRS) rentetarieven maal een hefboomfactor.

Stop Order

Ordersoort: een effectenorder die een bestensorder wordt op het moment dat de ingelegde limiet wordt overschreden.

Stress test

Een veelgebruikte techniek in risicomanagement waarbij de robuustheid van de portefeuille onder extreme scenario’s getest wordt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de portefeuille in het geval van een beurskrach.

Strips

Separate Trading of Registered Interest and Principal of Securities. Zelfstandig verhandelbare coupons van een obligatielening. Deze ontstaan door het uiteenhalen van de coupon en de mantel van de lening om die delen apart te verhandelen.

Subprime

Subprime is de kwalificatie voor een kredietnemer met een lage kredietwaardigheid. Een normaal kredietwaardig persoon wordt gekwalificeerd als Prime . Wanneer iemand niet normaal kredietwaardig is, is hij subprime. Vanwege het hogere risico worden subprime leningen tegen hogere rentetarieven verstrekt.

Swaprente

Een vastgezette lange termijn rente waartegen op de geld- en kapitaalmarkt leningen met verschillende rentelooptijden worden geruild (‘geswapped’) naar - meestal -  3- of 6-maands rentecontracten. Een renteswap staat bekend als een Interest Rate Swap (IRS). Er zijn swaprentes voor 1 t/m 50 jaar, respectievelijk de IRS 1 t/m IRS 50. De swaprentes kunnen van dag tot dag sterk verschillen.

Synthetic

Het gebruik van derivaten op dusdanige wijze dat de afwikkeling daarvan vergelijkbaar is met dat van de onderliggende waarde.

Synthetische replicatiekosten

De derivaten (swaps of uitruilcontracten) die ETFs hanteren om de index te repliceren worden afgenomen bij banken die hier een vergoeding voor krijgen. Deze kosten worden aangeduid als synthetische replicatiekosten.

Tap stock

Een Britse staatsobligatie die is uitgegeven door middel van "tap", waarbij de effecten stapsgewijs geïntroduceerd worden op de beurs.

Technische analyse

Studie van het historisch gedrag van koersen om het toekomstige koersverloop te kunnen inschatten.

Thin Market

Ook wel 'dunne markt'. Markt met lage omzetten en lage liquiditeit vanwege gebrek aan vraag en aanbod.

Tier 1

Het kernvermogen van een bank dat bestaat  uit uitgegeven aandelen en ingehouden winsten (retained earnings). Wat tot Tier 1 vermogen gerekend mag worden, wordt bepaald door de toezichthouder (De Nederlandse Bank, oftewel DNB). Tier 1 kapitaal is de financiële buffer die een bank heeft om (onverwachte) verliezen mee op te vangen.

Timely Execution

Ook wel 'tijdige uitvoering'. De uitvoering van een klantenorder zodra dit onder de omstandigheden mogelijk is.

Tip Sheets

Publicaties die uitsluitend beleggingsadviezen bevatten.

Total Expense Ratio (TER)

Zie: Managementkosten.

Tracker

Een tracker volgt de onderliggende waarde in de regel 1 op 1 en is daardoor vergelijkbaar met een directe belegging.

Trackingverschil

Het trackingverschil (‘tracking error’) is de afwijking tussen het rendement van de onderliggende index en van de ETF over een bepaalde periode. Op papier is het berekenen van een index vrij eenvoudig, het repliceren van een index in de praktijk brengt echter enkele complicaties met zich mee. De kosten die hier mee verbonden zijn, onder andere belasting op dividend, managementkosten en swapkosten, zorgen voor het trackingverschil. Er is dus een verschil tussen de onderliggende index en de ETF. Hoe kleiner dit verschil is, hoe beter de ETF de index repliceert.

Tranche

Additionele uitgifte van een al eerder uitgegeven obligatie.

Tranche Factor

Het percentage van de originele hoofdsom dat nog afbetaald dient te worden bij Asset Backed Securities (bijvoorbeeld: een obligaties met daarin verpakte hypotheken, meestal enige honderden of duizenden; zie ook 'Asset backed obligatie'). De originele nominale hoofdsom maal de tranche factor is het bedrag dat nog moet worden terugbetaald. De tranche factor kan dalen door aflossingen of terugbetalingen. Het risico op verlies is kleiner naarmate de tranche factor kleiner is, maar is mede afhankelijk van de plaats die de specifieke tranche op dat moment in de hele waterval (zie “waterval”) inneemt.

Treasury Bill

Britse of Amerikaanse staatsleningen met een vervaldatum van minder dan 91 dagen.

Treasury Bond

Langlopende Amerikaanse staatslening.

Treasury Note

Middellange Amerikaanse staatslening.

Tweede generatie ETF

Zie: ETF’s op synthetische replicatiebasis met één tegenpartij.

UCITS III

De door ETF Exchange, waar Rabobank International in deelneemt, aageboden ETF’s zijn onder de UCITS III-richtlijn geregistreerde open-einde fondsen. Undertakings for Collective Investments in Transferable Securities, oftewel richtlijn beleggingsinstellingen voor collectieve belegging in effecten, is een richtlijn welke de huidige Europese wetgeving op het gebied van beleggingsfondsen omvat.

Uitgifteprijs

De prijs waarvoor u een beleggingsproduct tijdens de inschrijvingsperiode kunt aankopen

Underwriter

Deelnemer in een syndicaat die zich ertoe verplicht om een deel van een nieuwe emissie over te nemen tegen een bepaalde prijs indien geen andere kopers worden gevonden.

Valutarisico

De mogelijkheid bestaat dat de onderliggende waarde van een product niet in euro noteert. U loopt dan valutarisico, tenzij het valutarisico binnen het product wordt afgedekt.

Veiling

Een methode voor de uitgifte van obligaties. Investeerders geven aan hoeveel obligaties zij willen kopen en tegen welke prijs. De obligaties worden uitgegeven aan de hoogste bieder.

Vervroegd aflosbare obligatie

Ook wel 'callable bond'. Een obligatie waarbij geheel of gedeeltelijk mag worden afgelost voordat de officiële afloopdatum is bereikt. De uitgever kan daarbij uitsluitend overgaan tot aflossing op vaste data en tegen een vaste prijs.

Virtuele CDO

CDO samengesteld door middel van kredietderivaten.

Virtuele CDO (Synthetic CDO)

Een virtuele CDO is in tegenstelling tot een Cash CDO niet een vehikel met daarin activa waaruit het onderliggende kredietrisico vloeit. Een Synthetische CDO haalt het onderliggende kredietrisico uit een mandje met onderliggende kredietderivaten (Credit Default Swaps of CDS’s).

Volatility

De beweeglijkheid van (de prijs) van effecten. Hoe hoger de volatiliteit, hoe duurder het is om een optie te kopen op de onderliggende waarde.

Wanbetaling

Ook wel 'default'. Het onvermogen van de emittent (uitgever) van een obligatie om de verplichting tot uitbetaling van rente en/of terugbetaling van de hoofdsom na te komen.

Warrant

Een beleggingsinstrument dat wordt uitgegeven door een bank of financiële instelling met als onderliggende waarde meestal een aandeel, index, valuta of grondstof.

Een call warrant geeft de houder het recht (echter geen verplichting) om de onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgesteld moment.

Een put warrant geeft de houder het recht om de onderliggende waarde te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs op een vooraf vastgesteld moment.

Watch negative

Indicatie dat een rating agency de onderneming verscherpt controleert en er rekening mee houdt dat er mogelijk een verlaging van de rating kan volgen.

Yankee Bond

Een dollar-obligatie uitgegeven in de Verenigde Staten door een niet-Amerikaans bedrijf.

Yield

Ook wel 'effectief rendement'. De opbrengst op jaarbasis van een belegging uitgedrukt in procenten ten opzichte van de initiële investering.

Zero coupon obligatie

Een obligatie die geen jaarlijkse coupon uitkeert maar richting het einde van de looptijd aangroeit tot 100% van de nominale waarde. Zero coupon obligaties worden vaak gebruikt binnen gestructureerde beleggingsproducten en zorgen voor de garantie op einddatum.